Het Amazonewoud staat op het punt te verdwijnen. Nooit eerder stond het grootste
regenwoud ter wereld zo onder druk.
Hectare per hectare wordt het bos omgelegd. Bomen en inheemse leefgebieden maken plaats
voor koeien, mijnbouw en zeeën van soja.
Ondanks beloftes om het regenwoud te redden, lijkt de destructieve pletwals niet te
stoppen.
Om te begrijpen hoe de sojahandel in elkaar zit, trokken we naar de frontlinie van de
ontbossing.
En ontdekten dat de conflictsoja ook op ons bord belandt.
Ook voor Belgische kaas en hamburgers wordt regenwoud gekapt
Ine Renson
zaterdag 3 juni 2023
Josenildo dos Santos Munduruku heeft geen wekker nodig. Zoals elke ochtend wordt de 37-jarige leider
van het kleine Amazonedorp Açaizal rond 6 uur gewekt door de hitsige kreten van de zogue-zogue, een
aap die in de bomen rond zijn huis foerageert. Terwijl het gekwetter van vogels door de ramen
binnenwaait, bereidt hij het ontbijt. De ruimte vult zich met de geur van verse ananas en
pannenkoeken van maniokmeel.
De kalmte waarmee Josenildo Munduruku de dag op gang trekt, maskeert de onrust die hem verscheurt.
Op 300 meter van zijn huis ligt een stuk regenwoud tegen de vlakte. Mastodonten van bomen liggen als
luciferstokjes geordend in rijen, klaar om te worden opgebrand.
Hij weet wat dat betekent: samen met het bos verdwijnt het leefgebied van de inheemse Munduruku, en
daarmee ook hun eeuwenoude cultuur.
Het territorium van de Munduruku do Planalto Santareno ligt in het hart van het Braziliaanse
regenwoud, in de oksel van het gebied waar de diepblauwe Tapajós en de modderbruine Amazonerivier
samenvloeien. Het is het brandpunt van een rush op landbouwgrond door veeboeren en sojaproducenten.
Colombia
Santarém
woongebied Munduruku
Amazone
Tapajós
Braziliaanse Amazone
Peru
Brazilië
Bolivië
Paraguay
São Paulo
Argentinië
Soja is een eiwitrijke boon die gebruikt wordt als krachtvoer voor koeien, varkens en kippen en
gekweekte vis. Ruim driekwart van de soja die we telen, verdwijnt in de troggen van dieren. De
toenemende wereldhonger naar vlees en zuivel heeft de zoektocht naar grond om soja op te telen
versneld. Met name in Brazilië, dat de VS heeft ingehaald als grootste producent van sojabonen.
Grootschalige landbouw rukt op in het regenwoud, waar het zich een weg boort door inheems gebied en
beschermde jungle.
Bijna 18 procent van het Zuid-Amerikaanse Amazonewoud is ondertussen verdwenen (bruin gemarkeerd op
de kaart). Wetenschappers gaan ervan uit dat het regenwoud zich bij 20 à 25 procent
ontbossing niet langer in stand kan houden. De gevolgen zullen verwoestend zijn. Het grootste
regenwoud ter wereld speelt een cruciale rol in de waterhuishouding, herbergt 10 procent van alle
gekende planten- en diersoorten en levert 15 procent van het zoet water aan de oceanen. Bovenal
stockeert het 123 miljard ton koolstof, waardoor het een van de belangrijkste buffers is tegen de
klimaatverandering.
Hoewel we op een keerpunt staan, gaat de destructie voort. Om te begrijpen hoe de sojahandel in
elkaar zit, trokken we naar de frontlinie van de ontbossing. Onderzoek van De Standaard toont aan
dat de conflictsoja uit de Amazone ook dient als voeder voor onze koeien, varkens en kippen.
De draaischijf
‘Cargill is de voornaamste reden waarom die sojaproducenten hier neerstreken’
Onderzoeker Tim Boekhout
Het is nog vroeg in de ochtend van zaterdag 19 maart 2022, wanneer het vrachtschip Thalia de touwen
losgooit aan het havendok van granenhandelaar Cargill in Santarém. Met 58.331 ton soja in het ruim
vaart het schip de Amazonerivier af, 800 kilometer oostwaarts tot aan de Atlantische Oceaan. Vandaar
gaat het naar Gent.
Na een tussenstop in Antwerpen, waar het schip vier dagen voor anker gaat, meert de Thalia op 9
april kort voor middernacht aan bij het Rodenhuizedok in Gent, aan de crusher van Cargill, de
fabriek waar de soja wordt geplet. De olie gaat naar Cargills biodieselfabriek Bioro iets verderop,
het sojameel wordt als krachtvoer verkocht aan veevoederfabrikanten.
Volgens Cargill is er niets mis met de soja die het crusht in Gent. Maar wanneer we de sojaroute in
de omgekeerde richting volgen, blijkt dat we ons wel degelijk zorgen moeten maken.
Santarém, een broeierig havenstadje aan de oevers van de Amazone, ademt agrobusiness. De restaurants
zitten vol mannen in maatpakken, in de lobby van ons hotel liggen kaartjes van makelaars in
landbouwgrond.
Daar heeft de komst van Cargill alles mee te maken. In 2003 opende de Amerikaanse voedingsgigant in
Santarém een exportterminal aan de Amazonerivier. Voordien moest soja uit de centrale sojastaat
Mato Grosso worden afgevoerd naar de zuidelijke sojahavens. Door de bonen dwars door het regenwoud
naar het noorden te brengen, werd de route naar Europa en Azië met een paar duizend kilometer
ingekort.
De terminal van Cargill overheerst de stad. Dag en nacht wordt er soja in grote oceaanschuimers
gepompt, zo’n 5 miljoen ton per jaar. Dat legt de voedingsgigant geen windeieren. Cargill is een van
de vier grote granenhandelaren die de wereldhandel in soja domineren. Het is de C in het zogenoemde
ABCD-kwartet, waar verder de multinationals Archer Daniels Midland (ADM), Bunge en Louis Dreyfus
Company deel van uitmaken. Cargill is de grootste soja-exporteur vanuit Brazilië. In het boekjaar
2020-2021, toen de voedselprijzen begonnen te stijgen, tekende het een nettowinst op van 5 miljard
dollar, de grootste uit zijn 157-jarige bestaan. De dividenden daarvan gaan integraal naar de
familiale aandeelhouders, van wie enkele tot de rijkste mensen op aarde behoren.
Ook de Belgische vlees- en zuivelindustrie profiteert van de goedkope soja die vanuit Santarém
wordt verhandeld. Uit scheepsdocumenten en exportdatabanken blijkt dat die haven een belangrijke rol
speelt in de export van soja naar ons land. In 2022 voerde Brazilië ruim 281.000 ton sojabonen uit
naar België, waarvan een groot deel via de terminal van Cargill. De voorbije jaren voeren ettelijke
schepen als de Thalia naar de haven van Gent, telkens met Cargill als exporteur.
De komst van Cargill had een impact op de hele regio rond Santarém. Tot begin de jaren 2000 bleef
dit deel van het regenwoud vrij ongerept. Maar de terminal trok sojaboeren aan uit het zuiden, die
verleid werden door goedkope gronden en lage transportkosten. Dat resulteerde in een explosie van de
sojateelt in Pará, de deelstaat waartoe Santarém behoort. Op satellietbeelden is te zien hoe
sindsdien in de wijde omtrek hele stukken uit het regenwoud werden kaalgeslagen.
,
‘Cargill is de voornaamste reden waarom die producenten hier neerstreken’, beaamt Tim Boekhout van
Solinge, een Nederlandse criminoloog die al twintig jaar milieumisdrijven in de Amazone onderzoekt.
‘Hoe dichter bij een terminal, hoe lager je transportkosten. De sojaproducenten bouwden een netwerk
uit waarin ze economische én politieke macht concentreren. Ze konden makkelijk aan grond raken,
omdat de wetten hier minder strikt worden nageleefd.’
Landroof
‘Sinds Jair Bolsonaro het fiat gaf om de Amazone te ontginnen, wanen de producenten zich heer en
meester.’
Manoel da Rocha Munduruku
Het leefgebied van de Munduruku bevindt zich in het hart van de regio die sinds de komst van Cargill
werd aangetast. ‘De laatste jaren loopt het echt uit de hand’, vertelt Manoel da Rocha Munduruku.
Manoel is het hoofd van de Munduruku do Planalto Santareno, die verspreid leven over vier dorpen.
‘Sinds toenmalig president Jair Bolsonaro het fiat gaf om de Amazone te ontginnen, wanen de
producenten zich heer en meester.’
Met geoefende vingers maakt de chef twee grote vissen schoon. Veertig jaar lang was vissen zijn
voornaamste bezigheid. Maar de tambaqui die even later liggen te sissen op het vuur, zijn
kweekvissen die hij die ochtend heeft gekocht op de markt.
‘De visbestanden in de rivieren zijn ingestort door de pesticiden die afstromen van de velden. Het
vergif waait tot in onze dorpen en tast de bloesems van de fruitbomen aan. Tot enkele jaren geleden
gingen we in het woud vruchten en noten verzamelen, en joegen we er op wilde zwijnen en kleine
zoogdieren. Nu onze dorpen omsingeld zijn door sojavelden, kan dat niet meer.’
De jonge leider Josenildo Munduruku haalt zijn smartphone boven. Hij toont filmpjes van bulldozers
die eeuwenoude bomen omleggen alsof ze rietstengels zijn. Twee jaar geleden werd een stuk van 200
hectare geveld in opdracht van Ivo Luiz Ruaro, een sojaproducent uit Mato Grosso. Josenildo
beschrijft het apocalyptische tafereel dat hij er aantrof. ‘Er was het oorverdovende geronk van de
bulldozers, het gekraak van bomen die omvielen. Apen liepen in paniek alle kanten op. Vogels
fladderden boven hun nesten met eieren, die overal verspreid lagen.’
Ook Maraschin is een naam die terugkomt. De Marachins zijn een machtige familie van sojaproducenten,
die in de jaren 2000 emigreerden vanuit het diepe zuiden van Brazilië. Ze hebben nauwe banden met
het stadsbestuur van Santarém. Een van hen, Adriano Maraschin, was tot voor enkele jaren voorzitter
van de producentenvereniging Sirsan. Ze legden de hand op grote delen van het Munduruku-gebied.
De voorbije maanden lieten Adriano Maraschin en zijn broer Fábio opnieuw bulldozers
aanrukken.
Het stuk land dat Adriano claimt, ligt op 300 meter van het dorp. De bomen liggen in rijen
op de grond.
Verderop een stuk regenwoud dat ingepalmd werd door Fábio. Honderd hectare aan bomen liggen
kriskras door elkaar, als op een slagveld.
Volgens de Munduruku is de ontbossing illegaal. Ze hebben een procedure opgestart bij Funai, het
agentschap van inheemse zaken, om de officiële rechten op hun leefgebied af te dwingen. Ondertussen
zwaaien de sojaboeren met eigendomsaktes en licenties die de ontbossing formeel toestaan. Maar
volgens de officieren van justitie die we spraken, hebben die claims weinig waarde, omdat ze
gebaseerd zijn op een systeem van zelfregistratie: in het Braziliaanse landregister geven
landbouwers zelf hun gronden in.
Door het conflict tussen sojaboeren en de inheemsen is de spanning in het dorp te snijden. De
Munduruku vertellen hoe ze in de gaten gehouden worden door pistoleiros – gewapende voormannen die
werken voor de producenten. Met hun jeeps of motorfietsen rijden die traag voorbij de huizen, of
achtervolgen de inheemsen wanneer ze hun dorp verlaten.
De conflictsoja afkomstig van het land van de Munduruku wordt geëxporteerd door Cargill. In een
interview met de lokale krant O Impactovertelde Adriano Maraschin in 2018 dat alle
producenten in de regio Santarém geregistreerd zijn bij Cargill. In een reactie bevestigt Cargill
dat het zaken doet met twee van de drie betrokken producenten. Het stelt dat de producenten in regel
zijn met het sojamoratorium, een engagement van de agro-industrie om geen soja te verhandelen uit
Amazonegronden die na 2008 zijn ontbost. Dit onderzoek bewijst echter dat de producenten zich niet
aan het moratorium houden.
Uit Braziliaanse exportdata blijkt dat ons land vorig jaar 13.999 ton soja invoerde uit de gemeente
Santarém, waartoe ook het Munduruku-gebied behoort. In de silo’s van Cargill wordt alle soja op één
hoop gegooid. Er zijn geen gescheiden stromen naargelang de herkomst. Niemand kan dus garanderen dat
in de Gentse haven géén soja binnenkomt waarvoor inheems Amazonegebied is geroofd en ontbost.
Cargill zegt in een reactie dat het zich altijd aan het moratorium heeft gehouden en producenten
grondig controleert. Maar de case van de Munduruku bewijst dat de aanvoerlijnen van Cargill wel
degelijk besmet zijn met ‘vuile’ soja. Om die reden werd het bedrijf begin mei door de ngo
ClientEarth aangeklaagd wegens de gebrekkige monitoring van zijn aanvoerketens. Het is de eerste
keer dat de multinational in de rechtbank ter verantwoording wordt geroepen. Volgens Laura Dowley,
advocaat bij ClientEarth, heeft de grootste sojahandelaar ter wereld een verpletterende
verantwoordelijkheid voor de instorting van het Amazonewoud.
Die historische verantwoordelijkheid splijt ook Brazilië. Het land is de laatste behoeder van de
Amazone, maar wil tegelijk een economische grootmacht zijn die de wereldhonger naar goedkope granen
stilt. Nergens worden die conflicterende belangen tastbaarder dan langs de BR-163, de beruchte
sojasnelweg.
Snelweg van destructie
‘De Amazone is de rijkdom van dit land. Die moeten we zelf ontginnen. Als we Lula laten
doen, nemen buitenlanders het regenwoud over.’
João Silva, vrachtwagenchauffeur
We laten de straten van Santarém achter ons en rijden de BR-163 op, in zuidelijke
richting. De regen valt met bakken uit de lucht. Door de ruitenwissers heen zien we hoe
de rafelrand van de stad wordt getekend door wegrestaurants, tankstations en grote
handelszaken die landbouwmachines en jeeps verkopen.
Dan begint een landschap dat zich honderden kilometers lang herhaalt: stroken regenwoud,
afgewisseld door weides met koeien en zeeën van soja.
Regelmatig passeren we paranotenbomen, de beschermde Braziliaanse reuzen die als eenzame
relicten herinneren aan het woud dat hier ooit stond. En vrachtwagens, die de net
geoogste soja naar de granensilo’s brengen.
De sojasnelweg begint in Cuiabá, diep in het agro-industriële hart van Brazilië. Vervolgens snijdt
hij dwars door de Amazone, om ruim 1.700 kilometer noordwaarts te eindigen in Santarém, aan de
voordeur van Cargill.
Het verhaal van de BR-163 is dat van de ontginning van de Amazone. Op het eind van de jaren 60, kort
na de aanvang van de militaire dictatuur, tekenden generaals enkele lijnen uit op een kaart. Die
lijnen zouden snelwegen worden. Ze maakten deel uit van een strategisch plan om de Amazone in te
palmen. Als zij het niet deden, redeneerden ze, zouden buitenlanders het wel doen.
De bouw van de snelwegen ging gepaard met een omvangrijk koloniseringsplan. Arme, landloze
Brazilianen die geen werk vonden in uitdijende steden als Rio de Janeiro en São Paulo, werden met
goedkope stukken grond verleid om zich in de Amazone te settelen. ‘Land zonder mensen voor mensen
zonder land’ werd de slogan van het migratieplan, de BR-163 was de speer om het regenwoud open te
breken.
Op luchtbeelden zie je hoe de snelweg en zijn zijwegen een visgraat vormen van kaalgeslagen plekken
waarlangs boeren, ranchers, houtkappers en speculanten zich vestigden. Kleine inheemse dorpen
groeiden uit tot agrohubs.
Nadat Cargill zijn terminal had geopend in Santarém, werd de snelweg de slagader voor sojatransport
uit de Amazone. Daar bleef het niet bij. Met de influx van buitenlands kapitaal werd de Arco Norte
uitgebouwd: een netwerk van duizenden kilometers wegen, spoorwegen en havens die gebouwd werden om
de Braziliaanse sojahubs met de wereldmarkten verbinden. Zo opende de Amerikaanse handelaar Bunge
samen met het Braziliaanse Amaggi een terminal in Itaituba, op de strategische plaats waar de BR-163
inhaakt op de Tapajós-rivier. Alleen al op de Tapajós zijn meer dan twintig nieuwe terminals gebouwd
of gepland die gebruikt worden door grote handelaars, waaronder Cargill.
Wanneer de avond valt, houden we een pitstop aan een tankstation. Daar ontmoeten we João Carlos
Silva, een 46-jarige vrachtwagenchauffeur die net begonnen is aan zijn avondeten. In een
uitklapkeuken aan de zijkant van zijn truck legt Silva plakken vlees in een pot met gestoofde ui.
Hij is een kind van de hervestigingspolitiek, vertelt hij, terwijl hij een blikje bier opentrekt.
Toen hij klein was, verhuisden zijn ouders met hun acht kinderen van Perola do Oeste, een stadje op
de grens met Argentinië, naar Novo Progresso.
Novo Progresso is een beruchte hotspot langs de sojasnelweg. De snel exploderende stad staat bekend
als knooppunt voor alles wat illegaal is: houtkap, goudmijnen, landroof en illegale ontbossing.
Berichten over geweld, moorden, corruptie en mensenrechtenschendingen zijn hier schier eindeloos.
João Silva pendelt met zijn vrachtwagen langs de BR-163 om soja en maï;s te transporteren tussen zijn
thuisstad en Santarém. Zonet heeft hij zijn lading afgezet bij Cargill. Ook hij bevestigt dat alle
soja uit de regio Santarém naar Cargill gaat.
De geur van look en gebakken vlees stijgt op tussen de vrachtwagens. ‘Ik ben een bolsonarist en een
patriot’, zegt Silva, wanneer het gesprek afdwaalt naar de politieke kwestie die het land splijt.
Hij heeft een viscerale afkeer van president Luiz Inácio Lula da Silva en van de ‘linkse
leugenpers’. ‘Journalisten spreken over ontbossing, maar zwijgen over de essentiële rol die Brazilië
speelt door miljoenen tonnen granen te exporteren. Wij voeden de wereld. Dat is onze missie. Ik ben
er fier op een schakel in dat systeem te zijn.’
Dat het regenwoud de druk van dat systeem niet langer aankan, gelooft Silva niet. ‘Wat zou het? Kijk
rond je, het grootste deel is nog intact.’ Hij gnuift. ‘De Amazone is de rijkdom van dit land. Die
moeten we zelf ontginnen. Als we Lula laten doen, nemen buitenlanders het regenwoud over.’
Ook de volgende dagen valt op dat dit hardcore Bolsonaro-land is. Op de erven van boerderijen
wapperen Braziliaanse vlaggen. Iedereen neemt het op voor de oud-president. Over het belang van soja
voor de Braziliaanse economie had João Silva gelijk. Brazilië is de grootste soja-exporteur ter
wereld. In 2021 produceerde het bijna 135 miljoen ton, waarvan 105,5 miljoen voor de buitenlandse
markt. Soja is het op één na belangrijkste exportproduct van het land, na ijzererts, goed voor een
inkomen van 48 miljard dollar in 2021. Na China is Europa de grootste afnemer.
In zijn eerste periode als president (2003-2011) bewees Lula dat het mogelijk is de sojahandel te
laten floreren zonder grote happen uit het regenwoud weg te snijden. Hij liet de ontbossing met 82
procent terugdringen. Maar tussen 2018 en 2023 gaf Jair Bolsonaro de ontginning van de Amazone vrij
spel. De agentschappen die de illegale praktijken aan banden moeten leggen, werden vleugellam
gemaakt. Vandaag wil Lula de pendel opnieuw de andere kant op duwen. Uit de eerste cijfers blijkt
dat hij er effectief in slaagt de boskap te keren.
Maar Lula hinkt op twee benen. Hier, op duizenden kilometers van de hoofdstad, botst zijn beleid op
verzet van producenten, truckers, handelaars, burgemeesters en ambtenaren. De bolsonarista’s zitten
verankerd in de lokale besturen. Zij zijn het die hun handtekening zetten onder licenties om bos te
kappen en die een oogje dichtknijpen bij illegale ontbossing. Het regenwoud is een goudmijn die ze
niet zomaar willen afgeven.
Onstilbare honger
‘In de Europese havens komt soja toe uit conflictgebieden als deze. Dat maakt jullie
medeplichtig aan de ramp die zich hier voltrekt.’
Manoel Munduruku
Terwijl Lula claimt dat hij het regenwoud gaat redden, liggen in Santarém andere plannen op tafel.
Meer handelaars hebben hun zinnen gezet op de Amazoneroute. Daarom wil Embraps, het havenbedrijf van
de stad, in partnerschap met granenhandelaars en producenten een nieuw havencomplex bouwen, enkele
kilometers ten oosten van de Cargill-terminal.
Om te begrijpen wat dat betekent, varen we met chief Manoel Munduruku via de Amazonerivier naar Lago
do Maicá, een eeuwenoud ecosysteem van kreken en moerassen dat zich uitstrekt over 44 kilometer. Het
is een broedgebied voor honderden soorten vogels en vissen. Er zitten roze dolfijnen, alligators,
slangen en brulapen. Het grenst aan het leefgebied van de Munduruku, die er vissen en jagen, en het
water delen met vissers en quilombolas – afstammelingen van gevluchte slaven die al eeuwen rond het
meer leven.
Na een kwartier varen wijst Manoel Munduruku naar een platform in het midden van de Amazonerivier,
ter hoogte van de ingang van het Maicá-meer. ‘Een tankstation’, zegt hij. ‘Voor zeeschepen. Toen dit
gebouwd werd, gingen de alarmbellen af.’
Het tankstation maakt deel uit van het masterplan dat de gemeente in 2016 goedkeurde. Delen van het
meer moeten plaatsmaken voor exportterminals, graansilo’s en industrieterreinen. Er zijn
aanvoerroutes getekend, en een snelweg – de Trans Maicá – die dwars door het leefgebied van de
Munduruku zal lopen. ‘Een doodvonnis’, zegt chief Manoel. ‘Als dit doorgaat, wordt de rush op de
laatste stukken regenwoud in deze regio ingezet. Dan worden de Munduruku op de Planalto van de kaart
geveegd.’
Hoog in de lucht zweven enkele gieren. Zon en regenwolken trakteren ons op een dramatisch decor. Af
en toe kruisen we vissers in felblauwe boten. Feilloos gidst Manoel Munduruku de kapitein langs
paalwoningen en eilanden. We meren aan bij oud-visser Sebastião ‘Saba’ Pereira de Sousa en zijn
vrouw Juscelina Silva Batista. Zoals de vele generaties voor hen leven ze op en met het water. Saba
vist. Juscelina ontfermt zich over de moestuin. Wanneer het water zich in de zomer terugtrekt, laat
het een vruchtbare laag slib na, die een weelde aan groenten en granen oplevert, die ze verkoopt op
de markt.
‘Ze zijn gekomen om onze grond te kopen’, zegt Juscelina. ‘Het havenbedrijf benadert alle families
met voorstellen om naar een woonproject in de stad te verhuizen. Maar wij willen hier niet weg. Dit
is ons leven.’
De quilombolas, vissers en inheemsen tekenden verzet aan. Via de rechtbank konden ze afdwingen dat
de vergunning on hold werd gezet. De rechter oordeelde dat de lokale gemeenschappen niet voldoende
geconsulteerd werden. Daarmee kopen ze tijd. Ondertussen hopen de Munduruku de rechten op hun
leefgebied te krijgen. ‘Het is een race tegen de klok en tegen een machtige lobby’, beseft Manoel
Munduruku.
Conflictsoja op ons bord
‘Sojacertificaten zijn een papieren werkelijkheid, die vooral goed zijn om het geweten te
sussen’
Gerard Rijk, analist bij Profundo
Wanneer we terug naar Santarém varen, passeren we met onze kleine motorboot langs een vrachtschip
dat bij Cargill ligt aangemeerd. De soja die vanuit deze en andere Amazonehavens verscheept wordt
naar België en Nederland, wordt opgekocht door veevoederfirma’s. Alle grote voederbedrijven die
actief zijn op onze markt, zoals Aveve (de veevoederpoot van de Boerenbond), Agrifirm, ForFarmers en
Vanden Avenne zijn klant bij de grote handelaars zoals Cargill en Bunge.
Zij mengen de soja met andere granen en verkopen die aan Belgische rundveehouders, varkensboeren en
kippenkwekers. Zo glipt de soja uit de Amazone onze voedselketen in. De dieren die het voeder eten,
worden verwerkt door Belgische slachterijen, waarna het vlees in onze supermarkten en slagerijen
terecht komt. Op dezelfde manier ligt soja aan de basis van de productie van eieren, en van de melk
die zuivelfabrikanten opkopen bij rundvee- en geitenhouders. Ook de kaas en yoghurt in onze
winkelrekken bevat sporen van Amazone-soja.
Als consument rekenen we erop dat er geen regenwoud is omgehakt voor onze hamburgers, eieren,
yoghurt of kaas. Maar die garantie kunnen veevoederbedrijven en supermarkten ons niet geven.
Nochtans hebben alle voederbedrijven en supermarkten in België ronkende engagementen over
ontbossingsvrije aanvoerketens. Ze rekenen daarom op certificaten, waarvan het Zwitserse RTRS (Round
Table of Responsible Soy) het belangrijkste is. Met 65 procent gecertificeerd veevoeder is België
koploper in Europa.
Alleen bestaan er geen gescheiden stromen voor ‘schone’ of ‘vuile’ soja uit Brazilië. Via het
RTRS-systeem kopen supermarkten en voederbedrijven credits ter compensatie van een bepaald volume
dat ze aankopen. Met die credits worden boeren in Brazilië betaald om duurzaam te produceren. De
veevoederfabrikanten actief in België hebben er samen jaarlijks 800.000 euro voor veil. Maar RTRS is
een boekhoudkundig systeem van compensaties, dat losstaat van de reële stromen die onze havens
binnenkomen. Op dit moment kunnen we er niet van uitgaan dat die ontbossingsvrij zijn.
‘Een papieren werkelijkheid, die vooral goed is om het geweten te sussen’, noemt Gerard Rijk,
analist bij Profundo, de certificaten. Profundo is een onderzoeksorganisatie die internationale
grondstoffenketens analyseert en onder meer het RTRS-systeem doorlichtte. Ook het WWF, dat in 2006
mee aan de wieg stond van het systeem, geeft toe dat het niet de structurele verandering
teweegbracht waarop het had gehoopt. In totaal is slechts 1 procent van de wereldwijd geproduceerde
soja gecertificeerd.
‘Het is niet optimaal, maar het is het beste wat we hebben’, zegt Katrien D’Hooghe, directeur bij de
Belgian Feed Association, dat de certificaten regelt in opdracht van de veevoederbedrijven. ‘Onze
hefboom is te klein om fysiek gescheiden stromen af te dwingen bij producenten en handelaars.’
Nochtans is het niet onmogelijk. Dat bewijst de Nederlandse veevoedergigant Agrifirm, die een
proefproject opzette om 100.000 ton soja uit risicogebieden te traceren vanaf het veld. Agrifirm
heeft een vestiging in Grobbendonk en Roeselare, vanwaar het de Belgische markt bevoorraadt.
‘Logistiek en financieel lijkt het haalbaar’, zegt Ruud Tijssens, die een directiefunctie heeft bij
het bedrijf en ook voorzitter is van de internationale federatie van de veevoederindustrie (IFIF).
‘Maar we moeten onszelf niets wijsmaken. Stromen zullen zich verleggen, naar China bijvoorbeeld, dat
geen eisen stelt. Boven deze kwestie hangt een veel fundamentelere vraag: hoeveel grond hebben we
nodig om de groeiende wereldbevolking te voeden? Daar moeten we eerlijk in zijn: er gaat te veel
land naar veevoeder voor de productie van vlees en zuivel. Die verhouding moeten we herzien, als we
binnen de grenzen van deze planeet willen opereren.’
Enkele dagen na het bezoek aan de Munduruku, vlieg ik vanuit Santarém via Belém terug naar huis.
Beneden kronkelt de Amazonerivier als een bruine slang door het onmetelijke regenwoud. Ik denk terug
aan wat chief Manoel zei, toen we over het Lago do Maicá voeren. ‘Europa heeft de mond vol van het
regenwoud redden. Jullie zeggen dat Brazilië zijn verantwoordelijkheid moet nemen. Maar in de
Europese havens komt soja toe uit conflictgebieden als het onze. Dat maakt jullie medeplichtig aan
de ramp die zich hier voltrekt.’
Credits
Tekst: Ine Renson; Foto & video: Marizilda Cruppe;
Design & development: Tina Boeykens, Joppe Rabijns, Andy Stevens;
Art direction: Gert Verbelen; Fotoredactie: Karen
Wyckmans