Reeks Conflictsoja

‘Willen we echt dat de meest biodiverse plek ter wereld voor onze ogen instort?’

Diep in de Amazone voelen wetenschappers de pols van het stervende regenwoud. We volgden hen op een trip tussen wanhoop en vastberadenheid om de catastrofe af te wenden. ‘Als we op deze schaal bos blijven omhakken, zagen we de tak af waarop we zelf zitten’

zaterdag 10 juni 2023

Colombia

Santarém

Tapajós
National
Forest

Amazone

Tapajós

Braziliaanse Amazone

Peru

Brazilië

Bolivië

Paraguay

São Paulo

Argentinië

‘Gemakkelijk gevonden?’ Erika Berenguer grijnst. Die ochtend zijn we vanuit Santarém, een Braziliaanse havenstad aan de Amazonerivier, in zuidelijke richting de Amazone in gereden. Na anderhalf uur bollen over de BR-163, de beruchte sojasnelweg die het regenwoud doorklieft, sloegen we volgens haar vage aanwijzingen af bij een hobbelige zandweg, het Tapajós National Forest in. Door een tunnel van laaghangende takken kwamen we op een open plek. Daar troffen we haar aan in haar onderzoeksbasis – enkele houten paviljoens waar de regen staccato op de golfplaten van de daken roffelt.

Berenguer – in wit T-shirt, kakibroek, boots en scheenlappen die beschermen tegen slangen – is een van de topwetenschappers die onderzoeken hoe het regenwoud functioneert wanneer mensen het uit balans duwen. De in Rio de Janeiro geboren ecologe is verbonden aan de universiteiten van Oxford en Lancaster, maar verblijft enkele maanden per jaar op deze rudimentaire plek diep in het bos, waar ze een team van onderzoekers en veldassistenten aanstuurt.

Wie het regenwoud vanuit de lucht bekijkt, ziet een onmetelijke groene vlakte. Ook de menselijke hand is zichtbaar: houtkappers, goudzoekers, soja- en veeboeren hebben stukken weggegeten. Achttien procent van het oorspronkelijke bos, om precies te zijn. Dat lijkt misschien nog mee te vallen.

Verlies van bladerdek in Zuid-Amerika tussen 2001 en 2021. De zwarte lijn markeert het Amazonewoud. (bron: Global Forest Watch)

Maar zo eenvoudig is het niet. Het probleem, wetenschappers, is dat ook het resterende bos voor 38 procent is gedegradeerd.

Om te begrijpen wat dat betekent, moet je niet naar satellietbeelden kijken, maar het bos zelf induiken. Dat is exact wat Berenguer en haar team doen.

De ecologe neemt ons mee naar een onderzoeksveld enkele kilometers ten zuiden van het basiskamp. We rijden voorbij recent ontbost gebied. Overwoekerde stammen liggen klaar om opgebrand te worden. Op een sojaveld verderop zijn oogstmachines in de weer. Op het erf van de boerderij wappert een Braziliaanse vlag.

Even later banen we ons een weg tussen takken en bladeren, in het spoor van Berenguers assistent die luistert naar de bijnaam Xarupe. Met een machete hakt hij een pad vrij. Voor leken als mezelf ziet het eruit als jungle: een dicht web van bomen die elkaar vasthouden met lianen. Twee toekans roepen geagiteerd boven onze hoofden. In de verte het geluid van een specht.

‘It looks like shit’, doorprikt Berenguer het plaatje. ‘In een gezond regenwoud heb je structuur. Dit is een rommeltje waar alles woekert.’ Her en der liggen reuzen van bomen op de grond. Ze werden het slachtoffer van de grote bosbranden in de Amazone in 2015 en 2016.

Die periode werd getekend door El Niño, het klimaatfenomeen waarbij het zeewater in de oostelijke Stille Oceaan sterk opwarmt, wat de temperaturen in Latijns-Amerika de hoogte in stuwt. Brazilië was kurkdroog. Toch waren ze er gerust op, zegt Berenguer. ‘Regenwoud is te vochtig om uit zichzelf in vlammen op te gaan. Wanneer delen worden afgebrand door vee- of sojaboeren, biedt het omliggende woud weerstand. Tenzij het te zeer is verzwakt. Dan raakt het vuur toch binnen.’

Zoals steeds in het bosbrandseizoen hing er in augustus 2015 een dichte smog over de velden. Tegen eind september was die samengeklit tot een rookgordijn dat de onderzoekers het zicht benam en op de adem trapte. Dan gebeurde wat niet zou mogen: onder de hoge kruinen van eeuwenoude bomen begon het vuur te smeulen. Als gekken hakten Berenguer en haar team brandgangen om ‘hun’ bos te redden. Met hun laarzen probeerden ze de vuurhaarden uit te stampen. Maar het vuur sloot hen in. Machteloos keken ze toe hoe het vuur kilometers diep het woud in kroop. Ze zagen hoe een slang levend verbrandde. Hij siste als een hamburger. Herten renden het bos uit. Eentje werd voor hun neus overreden door een voorbijrijdende sojatruck.

Waar eeuwenoude exemplaren geveld werden, namen in de jaren nadien snelgroeiende soorten over. Ze gedijen goed op gerooide grond, maar zijn ecologisch minder waardevol. ‘Dit was een prachtig bos, met honderden soorten bomen, sommige tot veertig meter hoog’, zegt Berenguer. ‘Nu zijn er twee soorten dominant: de mamuí en de embaúba.’ Ze klopt op de stam van een nieuweling. ‘Bijna hol. De stam zit vol water. Zo’n boom leeft niet lang. Als hij omvalt, rot hij in geen tijd weg.’

Wat de ecologe ons toont, is wat gebeurt wanneer het regenwoud uit balans raakt.

Die cyclus, waarbij het bos van binnenuit implodeert, gaat sneller dan wetenschappers tot voor kort dachten. De bekende Braziliaanse klimaatwetenschapper Carlos Nobre en de Amerikaanse ecoloog Thomas Lovejoy leggen het kantelpunt op 20 à 25 procent ontbossing. Dat is het point of no return, waarna het regenwoud zichzelf niet meer in stand kan houden. Op dat punt zitten we stilaan.

De inschatting van Nobre en Lovejoy, die ze in 2018 voor het eerst publiceerden in een editoriaal in Science Advances, leidde tot paniekerige krantenkoppen. Het werd ook misbegrepen. ‘Het is niet zo dat we op een dag wakker worden en merken: “O God, het regenwoud is weg”,’ zegt Berenguer, ‘want de instorting gaat gradueel. Het resultaat zal gevarieerd zijn. Sommige delen zullen veranderen in savanne, andere in gedegradeerd bos, zoals dit hier.’

We klauteren over omgevallen bomen. Ze wijst naar een andiroba, die met zijn volle 42 meter tegen de vlakte ligt. ‘Dit was een van onze favorieten. Hij is gesneuveld tijdens corona. Die reuzen doen er soms jaren over om te sterven.’ Ze kijkt rond. ‘Het is alsof we over een kerkhof lopen, struikelend over de kadavers van de bomen die hier ooit stonden.’

Wanneer ze in Oxford is, krijgt ze soms berichtjes van haar veldassistenten. ‘Herinner je je nummer 71? Hij is net gestorven.’ Voor haar en haar team voelt het als een dierbare verliezen. ‘Je bent in de rouw. Ontregeld. Alsof de bakker of kruidenier in je straat plots verdwijnt. We hielden van die bomen, we hadden er een persoonlijke band mee.’

Het veldwerk dat Berenguer en haar team doen, is intensief. Al 13 jaar meten ze op geregelde tijdstippen de omtrek van elke boom op tientallen stukjes grond, telkens op dezelfde lijn die met rode verf is gemarkeerd. Zo berekenen ze de biomassa, als indicator voor de koolstof die erin opgeslagen zit.

Ze waren net in dit veld aan het werk, toen de branden van 2015 oprukten. Een vijfde van het Tapajós National Forest ging in vlammen op. Berenguer becijferde dat door de stervende bomen in de drie jaren na de branden een half miljard ton CO2 terug de atmosfeer in werd gestuwd. Dat is evenveel als de jaarlijkse uitstoot van het Verenigd Koninkrijk. Maar de gevolgen reiken ook in de toekomst. Ze wijst naar de stam van een oude boom die de brand overleefde. ‘Dit soort bomen doet gemakkelijk 400 jaar over een stam van 10 centimeter. Pioniersoorten die de lege plekken overnemen, bereiken die omtrek op amper twee jaar. Ze bevatten gemiddeld zes keer minder koolstof.’

Voor het hele Amazonebekken betekent de degradatie van het bos een crash in de koolstofvoorraden. ‘Daar hebben we lang over gekeken’, zegt Berenguer. ‘Op satellietbeelden zie je groen, dus dat werd voor honderd procent meegeteld in de koolstofboekhouding. Met het verborgen verval werd geen rekening gehouden.’

Verborgen verval leidt tot verborgen broeikasgasemissies. De voorbije jaren ontvouwde zich het scenario waarvoor wetenschappers al jaren waarschuwen: het Amazonebekken verliest zijn rol als opslagvat voor koolstof, en is nu zelf een bron van koolstofemissies geworden. ‘Een nachtmerrie’, zegt Luciana Gatti, wanneer we haar kort na ons Amazonebezoek opbellen in haar kantoor in São Paulo. Gatti is een gereputeerde Braziliaanse klimaatwetenschapper, gespecialiseerd in de koolstofbalans van het regenwoud. Ze leidt het broeikasgaslaboratorium aan het INPE, het Braziliaanse Instituut voor Ruimteonderzoek.

Haar werkwijze spreekt tot de verbeelding: met gammele vliegtuigjes, die ze chartert bij kleine Amazone-bedrijfjes, vliegt ze twee keer per maand boven vier representatieve delen van het Braziliaanse Amazonebekken. Ze laat de piloot optrekken tot op 4.400 meter, om vervolgens in scherpe spiralen naar beneden te duiken. Zo verzamelt ze op verschillende hoogtes luchtstalen. Uit die stalen distilleert ze de concentraties CO2  boven het bladerdek.

 Luciana Gatti

Bij een gezond regenwoud neemt het koolstofgehalte af naarmate je dichter bij de kruinen komt. Met de honderden stalen die ze verzamelde tijdens haar bloedstollende vluchten, kon ze aantonen dat het omgekeerde gebeurde: delen van het regenwoud ademen meer koolstof uit dan ze opnemen. Met name in het hevig ontboste oosten, waar onder meer de kaalgeslagen sojastaten Mato Grosso en Pará liggen, ging het de foute kant op.

Toen Gatti haar onderzoek in 2021 publiceerde in Nature, gingen wereldwijd alarmbellen af. Door de ademhaling van het bos te analyseren, had Gatti bewezen dat het regenwoud effectief aan het sterven was. Ondertussen heeft ze nieuw onderzoek klaar. Samen met 29 andere wetenschappers, onder wie Carlos Nobre, ging ze na wat de impact was van de eerste twee jaar onder president Jair Bolsonaro, die de milieuteugels helemaal vierde.

De resultaten, die momenteel bij Nature voorliggen voor peer review, zijn erger dan ze vreesden. ‘Terwijl de ontbossing met bijna 80 procent toenam, verdubbelden ook de CO2-emissies’, vertelt ze. ‘Tussen 2018 en 2020 is de héle Amazone een bron van koolstofemissies geworden. Ook het westen, dat nog vrij goed intact is.’ Het bewijst volgens Gatti hoe fragiel het regenwoud is. De kaalslag in het oosten heeft de waterpomp aangetast, waardoor ook het minder ontboste westen in de problemen komt.

18 bomen per seconde

werden in 2021 in het Braziliaanse regenwoud gekapt

16.557 km²

Amazonewoud verdween in dat jaar
(dat is ongeveer de oppervlakte van Wallonië)

De Amazone ligt op de intensive care, en de wereld zal het voelen. Als het reusachtige koolstofreservoir, waarin zo’n 123 miljard ton koolstof zit opgeslagen, langzaam leegloopt, kan de opwarming van de aarde echt uit de hand lopen. De vliegende rivieren circuleren over het hele continent. Als die afzwakken, zullen delen van Latijns-Amerika uitdrogen en opwarmen. In een Science-studie van begin dit jaar schetsen Amazone-experts een dystopisch scenario van water- en voedselstress, wat een massamigratie in gang kan zetten. Het woud voedt bovendien de Amazonerivier, die een vijfde van alle zoet water aan de oceanen levert. Ook die watercyclus komt onder druk als het regenwoud bezwijkt.

‘We verspelen onze kansen om als mensheid te overleven’, zegt Gatti onomwonden. ‘Dat doen we in naam van de “ontwikkeling”. Maar de meeste mensen beseffen niet wat de intrinsieke rol van natuur is. Zonder regen kan ons voedselsysteem niet werken. Als we op deze schaal bos blijven omhakken, zagen we de tak af waarop we zitten.’

‘Eén hectare regenwoud bevat meer boomsoorten dan het hele Verenigd Koninkrijk. Willen we dat verliezen?’ Erika Berenguer

Voor onderzoekers als Gatti en Berenguer is het moeilijk niet wanhopig te worden. Toen Gatti haar resultaten analyseerde, sloeg de depressie toe. Ook Berenguer gaat actief op zoek naar tegengif. Dat vindt ze in haar controlevelden, onaangetaste stukken regenwoud in het Tapajós National Forest, die ze gebruikt om de gedegradeerde gebieden mee te vergelijken. Ze wil ons er graag heen brengen. Een ‘David Attenborough’-achtige setting, had ze beloofd, waar de Amazone zich nog in alle glorie openbaart.

Na een rit langs een stoffige weg stappen we uit de jeep. Boven onze hoofden zweeft een koningsgier. Een goudhaas glipt weg langs de bosrand. Via een klein pad duiken we het bos in. Het contrast met het gedegradeerde stuk bos is opvallend. Hier is het weidser, koeler, vochtiger. Hoge bomen filteren het licht. Onder hun bladerdak groeien kleinere soorten, zonder te woekeren. De lianen waarmee de bomen elkaar omstrengelen, zijn dikker. Er zit diversiteit en structuur in het bos.

We houden halt bij een Braziliaanse notenboom, een beschermde soort die ook soja- en veeboeren niet mogen omleggen. ‘Sommige bomen hier zouden meer dan duizend jaar oud zijn’, zegt Berenguer. Xarupe raapt de bolster van een noot van de grond, en hakt het schild open met zijn machete. Terwijl we de noten opeten, verstomt het gesprek. De geluiden van het bos zwellen aan, alsof iemand de volumeknop heeft opengedraaid.

Valt dit nog te redden? ‘Daar moeten we in blijven geloven’, zegt Gatti. ‘Hebben we een andere keuze? Ik wil de wereld wakker schudden. We kunnen het roer omgooien als we anders consumeren, anders voedsel produceren. Dan komt er ruimte vrij om het bos te herstellen.’

Berenguer is sceptischer. ‘Je kunt zo’n complex systeem als het regenwoud niet zomaar naar je hand zetten. Het oude bos is ziek, snelgroeiende pioniers zullen overnemen. Maar dat hoeft geen doemscenario te zijn. Onder de vleugels van die nieuwe bomen kunnen oude soorten opnieuw ontluiken. Dan spreken we over een herstelproces van eeuwen. Alleen weten we niet of dat ook gaat gebeuren. Onze datasets gaan niet verder terug dan dertig jaar. Bovendien zitten we in een ander tijdperk. Het is best mogelijk dat de klimaatverandering alles op de helling zet.’

We wandelen terug naar de terreinwagen. In de verte klinkt het gekwetter van papegaaien. Door met een blad over het lemmet van zijn machete te wrijven, bootst Xarupe het geluid van de bosvalk na. Hij krijgt geen antwoord. Maar dan, net voor we het bos achter ons laten, worden we getrakteerd op het luide geroep van de capitão do mato (de ‘slavenvanger’), een vogel die met zijn typische lokroep zowat de soundtrack van de Amazone is.

Berenguer glimlacht. ‘We hadden het over de klimaatbuffer die we verliezen als het regenwoud verdwijnt. Zonder de Amazone zijn we genaaid. Maar er is meer. Dit is de meest biodiverse plek ter wereld, die voor onze ogen instort. Eén hectare regenwoud bevat meer boomsoorten dan het hele Verenigd Koninkrijk. Willen we dat verliezen? Het klinkt misschien te soft voor een wetenschapper, maar de wereld zonder Amazone is gewoon een veel triestigere plek.’

Over ‘Conflictsoja’

Deze reportage maakt deel uit van de onderzoeksreeks ‘Conflictsoja’. Zonder dat we het zien, draait onze vlees- en zuivelindustrie op soja, de boon die is uitgegroeid tot hét krachtvoer om varkens, kippen en koeien snel te doen groeien. Die soja wordt vooral ingevoerd uit Brazilië.

Het Amazonewoud en de Cerrado-savanne staan op het punt te verdwijnen doordat steeds meer bos moet wijken voor plantages. Toch gaat de Belgische voedingsindustrie er prat op dat ze verantwoorde soja gebruikt.

Journalist Ine Renson reisde naar Brazilië om te onderzoeken of dat klopt. Ze stootte op leugens die enorme misbruiken en gevaren toedekken, en zocht naar oplossingen die landbouw rechtvaardiger kunnen maken.




Credits

Tekst: Ine Renson; Foto & video: Marizilda Cruppe; Design & development: Tina Boeykens, Joppe Rabijns, Andy Stevens; Illustratie: Debora Lauwers; Animatie: Jonas Swolfs; Art direction: Gert Verbelen; Fotoredactie: Karen Wyckmans