
NAJIM LAACHRAOUI
Dit verhaal maakt gebruik van audiofragmenten. Om die te beluisteren, vinkt u even deze knop aan.
De aanslagen op de luchthaven van Zaventem en de metro in Maalbeek van 22 maart 2016 waren met 32 doden en 340 gewonden de dodelijkste ooit uit de Belgische geschiedenis. De Standaard reconstrueert aan de vooravond van het assisenproces de aanslagen aan de hand van documenten, foto’s en audiofragmenten uit het gerechtelijk onderzoek.
‘Ik sliep op een matras op de grond van ons appartement in de Max Roosstraat. Die 22e maart ben ik opgestaan tussen 6.45 uur en 7 uur. Daarna heb ik een koffie gedronken en heb ik me gewassen. Najim (Laachraoui, red.) en Ibrahim (El Bakraoui, red.) waren al wakker.’
Op 28 april 2016 vertelde Mohamed Abrini, de overlevende terrorist van de aanslagen op de luchthaven, aan de speurders van naald tot draad hoe de dag van de aanslagen was verlopen. ‘Laachraoui heeft een taxi gebeld. Hoe laat het toen exact was, weet ik niet meer precies. Maar een paar minuten later belde de taxichauffeur al dat hij voor de deur stond. We zijn naar beneden gegaan. Alle drie met een reistas in onze armen. We hebben onze drie tassen in de koffer van de taxi geladen. Een VW Caddy was het, geloof ik.’
De tassen van Laachraoui, El Bakraoui en Abrini zaten boordevol met de huis-tuin-en-keukenspringstof triacetontriperoxide (TATP). Die springstof heeft als bijnaam ‘Moeder van Satan’ omdat ze zo instabiel is. Najim Laachraoui, Ibrahim El Bakraoui en Mohamed Abrini zaten sinds eind februari verscholen in het appartement op de vijfde verdieping in de Max Roosstraat in Schaarbeek. Al die tijd waren ze daar bezig met TATP te maken volgens de aanwijzingen van Laachraoui, die in Syrië een opleiding tot explosievenspecialist had gekregen. In het appartement lag de dag voor de aanslagen al meer dan 100 kilogram springstof klaar.

Toen ze de ochtend van 22 maart, kort na de aanslagen, binnenvielen in het safehouse in de Max Roosstraat vonden de speurders nog 15 kilogram gebruiksklaar TATP, twintig detonators en 26 vijfliterflessen met aceton. De terroristen van de luchthaven hadden niet al hun springstof in de reistassen kunnen proppen. Die zaten al boordevol.
Een week eerder zaten de terroristen nog met zijn vijven in de Max Roosstraat, maar Khalid El Bakraoui – de broer van Ibrahim – en Osama Krayem waren op 16 maart verhuisd naar een ander safehouse, aan de Kazernenlaan in Etterbeek. Zij moesten van daaruit de metro aanvallen.
Khalid El Bakraoui coördineerde en pendelde al dagen tussen de twee safehouses. In de dagen voor 22 maart had Krayem – die de assistent van bommenmaker Laachraoui was – een deel van de TATP-springstof van de Max Roosstraat naar de Kazernenlaan verplaatst, dertig kilo in totaal.
De vijf terroristen waren klaar om in actie te komen vanuit hun twee safehouses. Het was dringend, want ze beseften dat ze geen kant meer uit konden.
Luchthaven Zaventem
Safehouse
Max Roosstraat
BRUSSEL
Metro Maalbeek
Safehouse
Kazernenlaan
Op 15 maart had de politie nog een ander safehouse gevonden, in de Driesstraat in Vorst. De Algerijn Mohamed Belkaid was er neergeschoten in een vuurgevecht met de politie. Salah Abdeslam en Sofien Ayari konden toen nog ontsnappen. Maar ook zij werden drie dagen later opgepakt, op 18 maart in Sint-Jans-Molenbeek. Daarmee was nagenoeg de hele terreurcel die de aanslagen van Parijs van 13 november 2015 had voorbereid dood of opgepakt. Alleen de vijf terroristen in de Max Roosstraat en de Kazernenlaan waren nog op vrije voeten.
Maar bommenmaker Najim Laachraoui voelde dat ook voor hen het einde nabij was. Het net begon zich stilaan te sluiten. Het ultieme plan om in juni toe te slaan op het EK voetbal in Frankrijk leek plots ver weg en onrealistisch. Op maandag 21 maart stuurde Laachraoui onder zijn kunya – zijn strijdnaam – ‘Abou Ikrimah’ vanuit de Max Roosstraat een audioboodschap naar Abou Ahmed, de emir in Raqqa, Syrië, die de opdracht had gegeven voor de aanslagen in Parijs.

Volgens de speurders is Abou Ahmed eigenlijk wijlen Oussama Atar, de emir uit Laken die zich in Syrië had opgewerkt tot de top van IS. Laachraoui klonk nerveus.
‘Vrede zij met u, mijn broer. Excuseer dat we wat later zijn, maar er waren wat onvoorziene zaken hier. Je weet wel wat ik bedoel, als je de actualiteit hebt gevolgd. Goddank is met ons alles goed. Allah heeft ons tot nog toe gespaard. De situatie is zo dat we niets meer kunnen uitstellen. We moeten zo snel mogelijk in actie komen, insjallah. We hebben besloten om morgen, dinsdag 22 maart, in actie te komen. Insjallah. ’s Ochtends vroeg. We hebben geen safehouse meer over.
Er is niemand anders meer over. Iedereen is verbrand. Er zijn foto’s van ons allemaal in omloop. (…) Maar zoals ik je eerder al gezegd heb: we hebben meer dan 100 kilo TATP. Die gaan we gebruiken. Onze doelwitten zijn de luchthaven en de metro. Vijf acties, insjallah. Waarom de luchthaven? Omdat een broeder ons informatie heeft gegeven dat er morgenochtend Amerikaanse, Russische en Israëlische vluchten zijn. We gaan proberen hen te raken.
Als we onze kalasjnikovs gebruiken, is het probleem dat we niet genoeg laders hebben. We gaan beginnen schieten in de massa en zij gaan vluchten, maar er zijn ook militairen. Daarom hebben we besloten dat we moeten infiltreren om zo veel mogelijk slachtoffers te maken. Allemaal op hetzelfde moment ontploffen, met de wil van Allah. (…)
Op 22 maart, even voor half acht, stapten drie terroristen in de taxi naar de luchthaven.
‘De taxichauffeur heeft onderweg naar de luchthaven met Ibrahim (El Bakraoui, red.) gepraat. Hij praatte over de files. Daarna heeft Ibrahim met hem over politiek gepraat’, verklaarde Abrini.
‘Toen we aankwamen bij de luchthaven heeft Ibrahim hem betaald. De chauffeur wilde de tassen uit zijn taxi halen, maar Ibrahim hield hem tegen. Hij heeft zelf één tas uit de koffer genomen, Najim (Laachraoui, red.) de tweede en ik de derde. Najim is dan een bagagewagentje gaan halen. Op dat karretje hebben we onze drie zakken gestapeld. Een beetje verder hebben we nog twee extra wagentjes genomen. We hebben dan op elk van die drie wagentjes een tas geplaatst.’
Mohamed Abrini is er op dat moment al zeker van dat hij zich niet zal laten ontploffen, zegt hij. ‘Ik wist dat er iets verschrikkelijks zou gebeuren. Maar ik wist ook dat ik gewoon weg zou gaan zonder iets te doen. In mijn hoofd was dat duidelijk. Ik zag mezelf geen mensen doden op die manier en ik zag me ook mezelf niet doden. (…)’
Op de beelden van de bewakingscamera’s die ze bekeken na de aanslagen, zagen de speurders hoe drie mannen om 7.34 uur het luchthavengebouw binnenstapten en elk een karretje met een tas erop voor zich uit duwden. Laachraoui droeg een pruik, dezelfde als hij droeg op zijn valse identiteitskaart op naam van ‘David Olive Sera’.
De drie keken naar het bord met de vertrekkende vluchten en gingen vervolgens naar de Délifrance om een koffie te drinken. ‘Najim keek op het bord om te zien waar de vluchten naar de Verenigde Staten, Israël en Rusland vertrokken’, zegt Abrini daarover. ‘We wilden daarna naar de Starbucks gaan, maar daar zat alles vol. Daarom hebben we rechtsomkeer gemaakt en zijn we naar de Délifrance gegaan. Ik heb een koffie gedronken, Ibrahim een flesje water en Najim niets. Terwijl we daar aan een tafeltje zaten, heeft Najim de bommen op scherp gezet. Hij heeft de batterijen aan de draden gekoppeld. We moesten dan gewoon nog op een knop drukken om de bommen te doen afgaan. (…) Toen heeft Ibrahim gezegd dat het tijd was om te vertrekken.’ Later zal Abrini zich nog herinneren dat er politieagenten of militairen in de buurt van de Starbucks stonden en dat ze daarom naar de Délifrance waren gegaan.
Volgens Abrini was hij degene die zich eerst had moeten laten ontploffen. ‘Najim toonde me waar de rij was voor de vluchten naar de VS. (…) Maar ik zei dat ik het niet kon doen. Najim drong aan. Hij zei dat ik al gezocht werd voor de aanslagen van Parijs en dat ik sowieso heel lang naar de gevangenis zou moeten. Ibrahim werd ook boos op mij, maar daarna nam hij me in de armen en zei : “prettige vakantie”. Hij is dan zelf naar de rij voor de VS gegaan.’
7.38u
De drie terroristen komen aan in de vertrekhal van de luchthaven. Ze kijken naar het bord met de vertrektijden en gaan een koffie drinken.
Om 7.58 uur ontplofte de eerste bom ter hoogte van incheckbalie 11 van de Amerikaanse luchtvaartmaatschappij Delta Airlines, waar mensen in de rij stonden voor de vlucht. Elf onschuldige slachtoffers vonden daar de dood.
De twaalfde dode was zelfmoordterrorist Ibrahim El Bakraoui. Hij werd later geïdentificeerd aan zijn vingerafdrukken. Naast hem op de grond lagen een namaak-granaat en een geladen revolver. Op de plaats waar de bom ontplofte, was een krater van 1,4 op 1,2 meter geslagen. Honderden bouten, moeren en stukken metaal lagen her en der verspreid. De terroristen hadden ze speciaal verwerkt in hun bommen om zoveel mogelijk slachtoffers te maken. Vele tientallen mensen raakten zwaargewond.
Exact elf seconden na de eerste ontploffing was er een tweede explosie aan de andere kant van de luchthaven, in terminal A ter hoogte van incheckbalie nummer 5 van SN Brussels Airlines, op anderhalve meter van het bronzen standbeeld Flight in mind. Ook daar was de ravage en het menselijke leed enorm. Vijf mensen verloren er het leven. Ook het lijk van Najim Laachraoui bleef achter. Naast hem vonden de speurders een pistool.
Het derde karretje – dat van Mohamed Abrini – ontplofte pas toen de luchthaven helemaal geëvacueerd was, ter hoogte van incheckbalies 8 en 10 en de Délifrance. Exact op die plaats had Abrini het achtergelaten toen hij op de vlucht sloeg. Ook die explosie richtte heel wat schade aan, maar gelukkig raakte niemand meer gewond.
Dezelfde ochtend, om 9.10 uur, ontplofte een krachtige bom in de tweede wagon van een metrostel van lijn 5 dat net station Maalbeek had verlaten in de richting van station Kunst-Wet. Achteraf zou blijken dat het zelfmoordterrorist Khalid El Bakraoui was die daar – een uur na zijn broer Ibrahim op de luchthaven – zijn rugzak met 15 kilogram TATP tot ontploffing had gebracht.
De tweede man die zich die dag in de metro had moeten laten ontploffen, was de Palestijnse Zweed Osama Krayem (30). Maar net als Mohamed Abrini bedacht hij zich op het laatste moment. De twee werden op 8 april 2016 opgepakt.
Tijdens ondervragingen ging Krayem in stukken en brokken tot bekentenissen over. ‘Ik ben op 22 maart opgestaan rond 7 uur of 7.30 uur. Eerst hebben we gebeden, zoals elke ochtend. Ontbijten deden we niet. Eten is moeilijk in die omstandigheden’, zei Krayem in mei 2016. Aan de speurders verklaarde Krayem dat hij er toen hij om 8.19 uur de deur uitging in de Kazernenlaan al van overtuigd was dat hij zich niet zou laten ontploffen. Ook in zijn rugzak zaten 15 kilogram aan explosieven. Hij zei dat hij op dat moment niets afwist van de plannen van de andere terroristen om toe te slaan op de luchthaven. ‘Khalid (El Bakraoui, red.) had een iPad bij waar hij onderweg naar de metro op keek. Hij heeft me op een bepaald moment gezegd dat er een aanslag was gepleegd op de luchthaven. Ik heb toen meteen gedacht aan de anderen in de Max Roosstraat. Ik wist niet dat er een plan bestond om de luchthaven aan te vallen, maar door deductie wist ik natuurlijk wel dat zij het waren. Ik wist ook dat er veel explosieven waren in Max Roos.’
Volgens de speurders was Krayem het hulpje van Laachraoui bij het fabriceren van de TATP. Hij stuurde daar de weken voordien via de sociale media zelfs fier foto’s van door naar zijn zus. Maar tot op vandaag ontkent Krayem.
Op de camera’s langs de openbare weg is te zien hoe Osama Krayem en Khalid El Bakraoui naar metrostation Pétillon stappen, achter elkaar met een paar meter tussen hen. Ze deden er een half uur over, maar gingen niet langs de kortste weg. ‘We kenden de weg niet. Ik heb onderweg in het Engels aan iemand gevraagd waar het dichtstbijzijnde metrostation was. Ik leek een toerist.’ Onderweg activeerde Krayem de bom van El Bakraoui door de batterij aan te sluiten aan de draden. Vanaf dat moment moest El Bakraoui alleen nog op een knop drukken om de bom te doen ontploffen. ‘Hij wilde vervolgens de bom in mijn rugzak activeren, maar ik loog en zei dat ik dat zelf al gedaan had.’ Volgens Krayem was het oorspronkelijke plan dat ze allebei in een andere wagon zouden gaan staan. ‘Ik moest op de knop van mijn bom drukken nadat ik de eerste explosie had gehoord.’ Op die manier wilden de terroristen een maximum aan slachtoffers maken.
Maar op beelden van de bewakingscamera is te zien dat Krayem El Bakraoui aansprak aan de ingang van Pétillon, vlak bij de ticketautomaat. ‘Ik heb hem gezegd dat ik niet mee naar beneden ging in de metro. Zoals ik al zei: ik was nooit van plan geweest om me op te blazen. El Bakraoui reageerde nerveus. Hij zei dat hij sowieso zijn plan ging uitvoeren, of ik met hem meeging of niet.’
El Bakraoui, die zijn haren blond had geverfd, ging de trap naar beneden, de metro in. Hij nam de metro van lijn 5 niet richting centrum zoals het plan was, maar ging de verkeerde kant uit. In metrostation Beaulieu besefte hij dat hij fout zat, stapte uit en nam de metro terug in de andere richting. Hij zat toen in het derde rijtuig van de vier. In Maalbeek stapte hij opnieuw uit, zo bleek uit de analyse van de bewakingscamera’s, en verhuisde naar het tweede rijtuig. Waarom hij dat deed, is tot op vandaag een mysterie. Allicht zaten er meer mensen in het tweede rijtuig.
8.19u
Iets over acht verlaten Osama Krayem en Khalid El Bakraoui (met bril en blond geverfd haar) hun appartement aan de Kazernenlaan in Etterbeek. Op hun rug dragen ze elk een rugzak met 15 kilogram aan explosieven.
Metrostation Maalbeek ligt midden op het traject tussen de Europese wijk en de Wetstraat. Seconden nadat de metro opnieuw was vertrokken in Maalbeek, liet Khalid El Bakraoui de bom in zijn rugzak afgaan. Opnieuw was de tol aan mensenlevens hoog. In het rijtuig waar de explosieven ontploften, overleefde niemand van de zestien inzittenden de aanslag. Ook hier raakten tientallen mensen zwaargewond.
Osama Krayem keerde met zijn rugzak vol explosieven terug naar het appartement aan de Kazernenlaan. Daar spoelde hij alle TATP door in het toilet. Een uur later nam hij een taxi, liet zijn haar knippen bij een kapper in Schaarbeek en dook vervolgens onder bij Hervé Bayingana Muhirwa alias Amine, de laatste overblijvende medeplichtige van de terroristen. Krayems plan was, zo verklaarde hij aan de speurders, om terug te vluchten naar Zweden. Maar dat lukte niet. Krayem zou bij Amine blijven tot 8 april. Toen werden Amine en hij samen in de auto gearresteerd.
Bij Bayingana Muhirwa vond Krayem vlak na de aanslagen Mohamed Abrini terug. Ook hij was naar daar gevlucht. Maar Abrini vertrok al na twee dagen en doolde een paar weken rond in Brussel. Hij sliep in parken of overnachtte tegen betaling bij een vrouw die hij op café had leren kennen. Tot hij op 8 april werd opgepakt.

Op de ProBook-computer, die de terroristen voor hun vertrek naar de luchthaven in zeven haasten hadden gedumpt in een vuilnisbak in de Max Roosstraat, vonden de speurders naast een heel aantal door de terroristen ingesproken boodschappen ook de opeising van de aanslagen terug onder de titel ‘Lettre bel’. Die werd in de uren voor de aanslag geschreven, allicht door Najim Laachraoui. Dezelfde laptop had hij gebruikt om op 21 maart zijn audiobericht naar emir Abou Ahmed te sturen. Het was de bedoeling dat de opeising later vanuit Raqqa verspreid zou worden door emir Abou Ahmed.
‘Dit is een boodschap voor de Belgische regering. U bent nu bezig uw doden te tellen en dat ondanks de miljoenen die u geïnvesteerd hebt om de binnenlandse veiligheid te versterken. En ondanks het grote aantal speurders dat u hebt ingezet op het dossier. Deze aanslagen zijn het directe gevolg van uw buitenlandse politiek tegenover de moslimlanden. (…) De ongelovigen verdragen het idee niet dat moslims een sterke staat kunnen hebben die hen kan verdedigen en die gewicht kan geven aan hun woorden. IS heeft heel goed begrepen dat het sterk en onverzettelijk moet zijn om gehoord te worden. (…)’
Uiteindelijk eiste IS de aanslagen nog de dag zelf op, met een andere tekst met een gelijkaardige inhoud.
In België kwam een einde aan wat de meest dodelijke dag sinds WO II was geweest.